Braspenning-antwoorden op Jambers-achtige vragen

Over Leen Braspennings werkwijze valt niet te twisten. Vindt zij een onderwerp fascinerend, dan belicht ze dat vanuit alle denkbare invalshoeken. De kwetsbaarheid van mensen (aan de zelfkant) vormt de rode draad binnen haar fotografie. Door deze mensen vast te leggen op beeld laat ze hun broosheid zien en geeft ze de toeschouwer tegelijkertijd een kijkje in haar zienswijze. Zo verzamelt ze beelden van personen die in eerste instantie allemaal hetzelfde lijken, maar als je beter kijkt allemaal uniek zijn.

Tekst: Fiona Reinaerts & Dirk Verhoeven
 

De groep en de ziel
"Wat ik probeer vast te leggen met mijn fotografie zijn de mensen, absoluut. De ziel van de mens. Ik kader een bepaalde doelgroep af. Jongeren in een discotheek bijvoorbeeld. Je hebt een bepaald beeld en dan ga je ze allemaal fotograferen en dan vind je hun kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid vind ik wel schoon. Zodra je mensen bewust maakt van de camera geeft dat een ongemak, zonder dat dat overdreven moet zijn. De afstand tussen de kijker en de persoon, zonder dat het geposeerd is. Wat ik wil laten zien is dat mensen een groep lijken, maar binnen die groep unieke personen zijn. Vaak kies ik voor een groep waarmee ik minder verbonden ben. Ik heb zelf bijvoorbeeld weinig contact met Surinaamse vaders, die ik heb gefotografeerd in de Bijlmer. Ik heb een beeld dat gevormd is door de media. Beeld is een beter woord dan vooroordeel. Het zijn bewuste clichés. Mijn nieuwsgierigheid blijft de grootste drijfveer. 'Wie zijn ze, wat doen ze?'. Dat blijven Jambers-achtige vragen.

Beeld versus vooroordeel
Ik speel niet bewust met vooroordelen. Wij groeperen om iets behapbaar te maken, dat is niet per definitie negatief. Daarom is beeld een beter woord dan vooroordeel. De reactie op het zien van de foto's is dubbel. Ze raken aan de verscheidenheid van de doelgroep: het besef dat iedereen anders en uniek is, maar tegelijkertijd ook allemaal hetzelfde. Die tegenstrijdigheden heffen elkaar op. Ik speel daar niet bewust mee, maar mijn series gaan daar wel over. Wat ik belangrijk vind en waar ik bewust in kies is WAAR dat je mensen fotografeert. Dat het op een plek gebeurt die bij hun hoort of dat de locatie mijn keuze is, dat dat mijn reflectie is."

Voor haar nieuwste theaterproject ROUW belandde Leen in Polen om daar antwoord te krijgen op belangrijke vragen over het rouwproces. "Rouw staat bij ons bekend als verdrietig, eenzaam. Dat is het deels ook, maar er komt meer bij kijken. Mijn eigen ervaring is dat rouw veel meer is dan mensen van je verwachten. Enorm intens. Het is naast verdriet ook positieve dingen voelen, veel leven. Hebben andere mensen dat ook?

Dit onderzoek naar rouw is gestart met mensen die troost vinden in religie, specifiek het katholieke geloof. Zo belandde ik met een filmcamera en theaterschrijfster Annemarie Slotboom in Polen. In een centrum waar veel oudere mensen komen. Veel mensen wilden wel in het centrum gefilmd worden, maar niet thuis. Ze hadden gebeden tot de overledenen of ze op beeld gezet mochten worden. Vooral de mannen vragen dat aan hun overleden vrouw. Vier oudere mensen die ik daar heb gefilmd, heb ik allemaal in dezelfde stoel gefotografeerd. Die stoel was dan het ijkpunt.

Het is de eerste keer dat ik langzaam vanuit het verzamelde materiaal ga vertrekken. Hoe werk ik met bewegend beeld en hou ik toch de soberheid die de foto heeft? Dat staat centraal in de keuzes die ik maak. Annemarie gaf er inhoudelijk een richting aan, maar de mensen daar hadden zelf zo enorm een eigen verhaal dat we maar een beetje wilden sturen in de interviews. Ik wil de verschillende manieren van het aangaan van het rouwproces laten zien, maar ook dáárin het universele. Je ontdekt zoveel nuances. Het verschil tussen dertigers hier die nog verder moeten met het leven tegenover zestigers in Polen die nog een restje leven hebben te gaan is groot. Bij oudere mensen is het verdriet lastiger te dragen, omdat ze moeilijk nog bij het leven aanhaken. Ik wil het verschil tussen jong en oud in verhouding weergeven. Ik wil daarnaast ruimte creëren voor het aanvaarden van rouw. Rouw: het is er, ontken dat gewoonweg niet.

‘Allemaal arme mensen’
Ik kader de realiteit af. Door afkadering en selectie maak ik een eigen werk. Ik selecteer op intuïtie. Van de 60 foto's die gemaakt zijn, kies ik er ongeveer vijftien uit. De eerste selectie gebeurt op mensen die eigenheid tonen, die zich durven laten zien. Ik vorm dat niet om naar mijn eigen beeld. Ik wil de nuance tonen. Het beeld dat wij van een groep hebben oprekken. Ik weet dat mijn foto's kunnen aanspreken. Het heeft ermee te maken dat je er naar kan blijven kijken. Elke keer als je kijkt, ontdek je iets nieuws. In het begin denk je 'o die staan er allemaal serieus op' of 'wow, dat zijn allemaal arme mensen'. Daarna begin je afzonderlijk de beelden te zien en te vergelijken. Dan krijg je als kijker het gevoel dat we allemaal niet zoveel verschillen van elkaar."


Dit artikel verscheen eerder in Huisvlijt#19 - Kijken naar beeld.