De moed van het niet-weten - Interview met Leen Braspenning en Hannah van Wieringen

"De moed van het niet-weten, die staat me aan. Ik zou die moed op een kleine verhoging willen zetten."

We are the World
Interview met schrijfster Hannah van Wieringen en regisseur Leen Braspennin
g

Hoe ontstond het idee voor deze voorstelling over mensen die in een stadspark vertoeven?
Leen: "Het idee voor een toneelstuk ontstond bij Hannah die voor enkele maanden in Antwerpen verbleef en geïnspireerd raakte door de mensen in het stadspark van Antwerpen. Een vreemde mengeling is het daar, erg levendig, alle klassen, alle rassen. En voor Hannah vermoedelijk erg vreemd om vele Chassidische Joden te zien. De vrouwen met pruiken, lange donkere rokken, zware nylonkousen en platte schoenen, de kinderen met keppeltjes en pijpenkrulletjes en een klein pak voor de jongetjes en de meisjes als kleine kopie van hun mama, echter zonder pruik. Vanuit deze ervaring heeft ze een eerste dialoog geschreven tussen een jonge vrouw en een al wat oudere blinde man op een bankje in het park. Deze dialoog heb ik op scène gezet in november 2009 tijdens Breakin' Walls festival in Theater Frascati Amsterdam. Enn dit smaakte naar meer... naar We are the World."

Hannah: "In We are the World betreden we een stadspark in een Europese stad. In een stadspark leg je voor even de jachtige dag van je af. Alsof midden in het hart van de stad die kunstmatige natuur, voor een tuin, een groene herinnering uit je jeugd mag staan. Stadsparken zijn plekken waar we even uit ons leven kunnen stappen, waar we komen voor onze ontspanning, waar de bankjes voor iedereen gelijk zijn.

En juist daar, in die arena, wilden we 5 zeer verschillende mensen aan het woord laten. Het spreken in het park is van een andere orde. Een plek van ontmoeting, zeker. Een spreken dat een ontmoeting met het vreemde in zich besloten heeft. Maar met de betrekkelijke veiligheid van de gedachte aan die tuin.

In het park ontmoeten we een biologe, een meisje dat haar dag uit haar handen heeft laten vallen, een oude blinde man die toegewijd fan is, een voetbalstudent en een jongetje dat worstelt met zijn relatie tot zijn ouders. Rakelings scheren hun levens, in het hier en nu van het stadspark langs elkaar heen. Dat fascineert me, hoe onze ogenschijnlijk totaal verschillende levens elkaar – als kleine rode bewegende stipjes op een landkaart – kort kunnen raken en hoe we welkaar troost kunnen bieden of inzicht. Wat misschien hetzelfde is."

Hannah, kan je iets meer vertellen over het begrip hominisatie, dat onderwerp is van een paper dat de biologe schreef?
Hannah: "De biologe in het stuk spreekt over hominisatie (menswording), dit resoneert met de mozaïekvorm van het stuk. Ze hangt een gedachtegoed aan dat pleit voor een horizontale vorm van hominisatie, tegenover het gebruikelijke versimpelde verticale beeld dat men heeft van menswording: vanuit 1 punt in de tijd, in 1 rechte lijn, van aap naar mens, schrijft ze over een meer gelijktijdige ontwikkeling, die plaatsgrijpt op verschillende plekken, die op veel grilliger wijze verloopt.  Een pleidooi dat de gaten in onze kennis hierover zichtbaar maakt. Ze pleit voor een dieper ontzag voor wat wij nog niet weten. Soms denk ik dat wij met minder verlangen naar de verhaallijn van ons leven dienen te kijken en niet vervallen in verhalen vertellen over onszelf. Dat lijkt soms vals, een valse troost.

Het vertellen van een verhaal van kop tot staart heeft in zich besloten dat het alleen die weergave van de werkelijkheid zou betreffen. Ik geloof als schrijfster niet in de lineaire vertelling, die is per definitie een leugen, met veel te weinig plek en respect voor het geheim, voor het onbekende, voor nederigheid. Lineaire vertellingen komen mij soms zo kil, zo arrogant voor, zij verheffen niet. Zij maken klein, troosten door klein te houden.

De verteller lijkt iets te dicht te smeren dat – waarachtiger wijze – dient te worden open gehouden. Wie doen dat in mijn ogen weergaloos? Raymond Carver, J.D. Salinger, Sarah Kane, de moed van het niet-weten, die staat me aan. Ik zou die moed op een kleine verhoging willen zetten."

Denken jullie dat een park troost en verbondenheid kan geven?
Leen: "In het stuk zit zeker troost, of toch mensen die naar troost en verbondenheid zoeken. Je zou kunnen stellen dat binnen We are the World het park wel enige troost in het moment, in de rust biedt. Of er nu werkelijke verbondenheid ontstaat in het park in het stuk of enig ander park, dat kun je je afvragen. Maar het ontheft mensen wel voor even van de dagelijkse stadshectiek, het doet hen even stilstaan en of je in de stilte verbondenheid vindt? Je wordt allemaal misschien wat meer 'gewoon mensen die zoeken'. Je wordt allemaal weer meer gelijk. Hoewel ik denk dat dit binnen meer 'oernatuur'-omgevingen sterker zal zijn dan in het mini-namaak-natuurtje wat een park is."
Denken jullie dat er meer verbroedering in parken plaatsvindt dan op straat in deze multiculturele samenleving?
Leen: "Ik weet het niet, er is in elk geval meer vrede tussen de verschillende mensen, men ergert zich niet zoveel aan elkaar heb ik het idee. Alsof in een park iedereen ook maar een mens is die van wat zon en natuur komt genieten of de kinderen in de speeltuigen laat spelen. Verder heb ik bij mijn bezoeken niet gezien dat er meer contact is tussen de Poolse arbeiders, de homokoppeltjes, de Turske jongeren, de Vlaamse skeelers en de Joodse moeders met kroost dan buiten het park. Het is eerder 'vredig naast elkaar'."
(Dit artikel verscheen in de HartsTocht-krant van Het Zuidelijk Toneel).