Een avond in goed gezelschap

Vier monologen van Laura Ruohonen
Vertaling: Adriaan van der Hoeven

 

Kerstdag

Peettante:
Domdomdom. Wat ik me weer in mijn hoofd heb gehaald. Ai!

Het is vast een heel slecht cadeau. Maar ik wilde Leena nou eenmaal iets geven. Ze is hoe dan ook mijn petekind.

Ze heeft me telefonisch hartelijk bedankt voor die blouse, dat wel, maar het was net of er een vreemde klank in haar stem lag. Was ze wel oprecht? Waarom bedankte ze me zo nadrukkelijk?

 

Dit is bovendien de eerste keer dat ze me uitgenodigd heeft voor kerst. Daar moet toch een reden voor zijn. Misschien denken ze wel dat ik het cadeau daarom heb gegeven, dat ze me zouden uitnodigen. Ze hebben medelijden met me.

Als ik nu eens bel dat ik bezoek krijg, dat ik niet kan komen. Hoe laat is het? Ja, ik kan nog bellen. Zal ik bellen? Het is wel niet beleefd. Wat vreselijk lastig als je niet weet wat je moet doen. Ze hebben me zelf pas vanochtend uitgenodigd, ook niet echt beleefd. Iemand anders kon natuurlijk niet komen, ze hadden nog een plaats over aan tafel. Zal ik bellen? Ze weten vast wel dat ik geen bezoek krijg. Maar ik vind het juist leuk om hier in mijn eentje te zitten. Rustig een kaarsje te branden.

 

Er komen toch allemaal gasten en familieleden die ik helemaal niet ken. Zetten ze me ergens aan een hoekje van de tafel. Hoe moet ik reageren als Leena me voor die blouse bedankt? Ik zeg meteen, hier heb je de bon, als je hem wilt ruilen… maar dan denken ze dat ik er met opzet zo’n nummer van maak. Van mijn eigen cadeau. Ik weet toch niet wat er op dit moment in de mode is. Leena brengt het vast meteen naar de kringloopwinkel. Ze doet maar. Wat maakt het uit. Ik zal er helemaal niet naar vragen, naar die hele blouse.

 

Nee! Eeva en Hannu zullen nu wel denken dat ik kritiek heb op hun smaak. Dat ik vind dat Leena en de andere kinderen slecht gekleed gaan. Dat was niet mijn bedoeling. Die blouse was gewoon leuk van kleur en er zaten zoveel knoopjes aan dat ik er meteen weg van was. Bovendien hebben ze mij ook een cadeautje gestuurd. Bloemen. Ik had ze een goedkoper cadeau moeten geven, dat had ik moeten begrijpen, het heeft ze geïrriteerd dat hun cadeau goedkoper was dan het mijne. Het was ook behoorlijk duur. Ik kan wel zeggen dat het goedkoper was. Nee, ik zeg er niets over. Anders denken ze nog dat ik per ongeluk zo’n dure blouse heb gekocht. Dat ik weer eens iets doms gedaan heb. En nog wel met kerst!

 

Hoe laat is het? Het is wel wat onnozel als ik nu nog afbel. Terwijl ze al bezig zijn met de voorbereidingen voor het eten. Ja. Ik eet trouwens niet veel, dat ik ze niet op die manier tot last ben. En ik voer ook niet het hoogste woord, dat ik voortdurend de aandacht trek. Bovendien als ik er vroeg heenga, kan ik ook op tijd weer weg.

Nou ja, misschien ga ik dan toch maar. Maar als er zulke mensen zijn dan zeg ik geen woord. Dan luister ik gewoon.

 

--

Kerstpost

Marja zit thuis op een stoel in de gang. Ze woont in een oude flat zonder lift in de wijk Kallio.

 

Marja: In één opzicht ben ik een beetje gek. Ik vind het heerlijk om post te krijgen. Ik wacht echt op het klepperen van de brievenbus en dan loop ik de gang in om te kijken wat er gekomen is. Soms zit ik er al te wachten.

Ik heb al twee jaar geen krant meer. Mijn dochter had vroeger een abonnement voor me, maar ze zei dat het nu niet veel zin meer heeft omdat ik zo slecht zie. Dat het weggegooid geld is. Van mij had de krant nog wel bezorgd mogen worden, ik nam hem altijd heel nauwkeurig door met een vergrootglas, maar ja, hij is zo vreselijk duur. Vijf mark per dag, stel je voor. Vijf mark! Daar kun je een liter melk voor kopen! Vroeger kon je altijd nog wel op straat een krant kopen bij een krantenjongen.

 

Ik vond het echt een verschrikkelijke gedachte dat Sirkka jarenlang voor een domme gans als ik zoveel geld aan die krant heeft uitgegeven. Ik probeerde haar terug te betalen, zette mijn servies te koop, maar daar kreeg ik niet meer dan tweehonderd voor. Simo Ervasti, de zoon van een vriend van me, is zakenman, en hij beloofde het voor mij te verkopen, kwam het hier helemaal ophalen, zodat ik het huis niet uit hoefde. Ik hoefde het alleen maar goed in te pakken, zei hij.

 

Hij kocht ook nog de klok van mijn moeder die op dat kleine tafeltje stond, die wilde ik eigenlijk niet kwijt, maar ik durfde niet te weigeren nu Simo de moeite had genomen helemaal hiernaartoe te komen.

Sirkka was kwaad op me toen ze ontdekte dat ze in de antiekwinkel voor dezelfde borden tweehonderd per stuk vroegen en ik onnozele hals alle twaalf samen voor die prijs had verkocht. Hoe had ik dat kunnen weten. Simo zal het ook wel niet hebben geweten, en bovendien had ik zo’n bedrag niet aan de zoon van een vriend durven vragen, al had die het aangeboden. Wat heeft het voor zin daar nog over te prakkeseren.

Sirkka zou die borden meegenomen hebben naar Spanje. Ze woont in Spanje en heeft het daar erg naar haar zin, komt waarschijnlijk zelfs niet met kerst thuis. Heerlijke plek, als ik op de foto’s afga. Twee badkamers.

 

De brievenbus kleppert. De postbode. Toch raar dat ik, hoewel ik zo slecht zie, heel duidelijk de brievenbus hoor, zelfs al heb ik de kraan open staan. Zo’n ouwe vos ben ik geworden. Als de telefoon gaat duurt het heel lang eer ik het merk, maar ik word al wakker als de brievenbus van de buren kleppert! Mijn eigen brievenbus kleppert om deze tijd nog niet. Ik krijg geen post met de gewone post. Van de gewone postbode dus. Mevrouw Lehtimäki wel. Het was haar brievenbus die zo leuk klepperde. Ik begrijp niet waarom zij zoveel post krijgt, bijna elke dag wel iets, af en toe heel dikke stukken, de postbode kan ze soms maar met pijn en moeite door de bus krijgen. Dit is een oud huis met van die nauwe ouderwetse brievenbussen. Dan hoor je de klep heen en weer gaan en de postbode zuchtend en steunend de stukken naar binnen duwen. Een keer hoorde ik hem heel duidelijk hardop “verdomme” zeggen. Helaas zei hij dat.

Het lag me op de lippen te zeggen beste man duw niet zo hard, straks gaat het pakket nog kapot, maar ik zei natuurlijk niets.

Daarna hoorde ik een dik pak bij Lehtimäki in de gang vallen. Wat zou het geweest zijn, misschien een buitenlandse krant met allerlei bijlagen, daar kunnen ook cadeautjes bij zitten, een vriendin van me had indertijd een abonnement op een Italiaanse krant en daar zaten vaak geschenken bij, of die hadden erbij moeten zitten, maar die verdwenen bij de post, de Italiaanse of de Finse, hoogstwaarschijnlijk de Italiaanse. Het kan ook zijn dat mevrouw Lehtimäki monsters krijgt van producten, misschien heeft ze wel een bedrijfje en krijgt ze monsters van stoffen of tapijten thuis, of waarom zou ze die anders thuisgestuurd krijgen, ze is vast en zeker lid of zelfs secretaris of voorzitter van een of andere vereniging, dat ze zoveel post krijgt. Ze is vaak weg, ’s nachts niet natuurlijk, maar ’s avonds is ze vaak niet thuis, drie van de vier avonden komt ze pas rond halfnegen thuis.

 

Denk nu niet dat ik kritiek heb op mevrouw Lehtimäki of dat ik haar doen en laten volg, maar dit zijn gewoon dingen die ik heb opgemerkt sinds mijn gehoor zo scherp is geworden of misschien doordat het hier zo stil is. Mijn radio is ook stukgegaan, ik weet niet hoe het kwam, maar hij gaf geen geluid meer. Ik dacht eerst dat de batterijen op waren en ging nieuwe kopen. Zes stuks maar liefst. Ik begrijp niet waarom die batterijen zo duur zijn.

Ik had in die winkel ook brood en melk in mijn mandje gedaan en ik had niet genoeg geld. Het was heel naar toen dat kassameisje hardop zei dat de mensen eerst in hun portemonnee moeten kijken voordat ze boodschappen gaan doen. Ze moest een nieuwe kassabon maken en de bedrijfsleider kwam erbij en het was zo gênant dat de andere klanten om mij moesten wachten.

Gewoon omdat ik me niet kon voorstellen dat die 6,15 op de verpakking niet voor het hele pakket, maar voor maar één batterij gold. Ach ach, het was zo naar, ach ach (wordt boos) Die hele radio kan me gestolen worden, ik wil er niet meer aan denken!

 

Ik heb toen geen brood en melk gekocht en het stomste was nog dat die batterijen geeneens werkten. Dan had ik liever wat brood gegeten.

 

Nu hoor ik iets, nee, het is een buurman, toch, die de deur opendoet, ja dat hoor je hier in de gang heel goed, al is het op een andere etage. Daar vergis ik me zelden in. De postbodes hier rennen zo behendig de trappen op en af, dat je er vrolijk van wordt als je hun voetstappen in het trappenhuis hoort. Taptaptap. Zulke lichte, montere, vrolijke voetstappen. Ik bewonder ze echt, ze zijn zo energiek. Zelf ben ik een stuntel, afschuwelijk dat ik mijn voeten niet meer kan optillen en als een zwerver over de vloer schuifel. Maar goed dat niemand het ziet.

 

Hier in de gang ligt een hele stapel post met van alles en nog wat. Ik heb het met een touwtje bij elkaar gebonden, want Maija dreigde alles weg te gooien. Mijn post! Daar komt niets van in! Er zit van allerlei oud spul bij, maar wat geeft dat, het is leuk en kleurrijk en allemaal aan mij persoonlijk gericht. Dat zal ik me niet laten afpakken. Gelukkig heeft die verzorgster Maija niet vaak tijd om hier te komen, dreigt er wel mee, maar vergeet het net zo snel weer. Als het moet laat ik me op de grond vallen en als ze het waagt om aan mijn post te zitten simuleer ik een hartaanval.

 

Allemachtig! Het is zo fijn om iets van jezelf in huis te hebben om te lezen. Jammer dat ze niet meer zoveel kleur gebruiken als een paar jaar geleden. Er is veel nogal wat grijzer geworden en zwart wit. De schatkist van dit land raakt zeker langzamerhand leeg. Ik heb nog wel gegeven voor al die collectes en ook aan de inzamelingsactie voor Matti Nykänen, voordat hij aan de drank raakte, maar ik ben niet van plan iemands drankgebruik financieel te ondersteunen.

 

Maar het zou leuk zijn als ze ten minste met kerst rode en groene kleuren zouden gebruiken, dat geeft je zo’n kerstgevoel als je die plaatjes bekijkt met kinderen die pakjes openmaken en de kerstboom is zo mooi versierd en vader en moeder zitten eromheen en ze kijken elkaar in de ogen en ze lijken allemaal zo vrolijk en vriendelijk. Het is zo gezellig dat de tranen me van pure vreugde in de ogen springen. Wat een prachtige dingen geven ze elkaar, een verlichte wereldbol, een computerspel, en grote waardevolle boeken, mobieltjes en rekenmachines. Ik begrijp niks van die apparaten. Maar het is leuk om naar te kijken. Prachtige dingen maken ze tegenwoordig en de folders worden op mooi papier gedrukt. Ik mag wel dankbaar zijn, dat ze mij nog niet vergeten zijn, al koop ik nooit wat. Het is hartverwarmend om te zien dat mijn eigen naam op de envelop staat. “Beste Marja!” Of soms “Geachte mevrouw Nysten”. Mij is het allemaal best. Het is zo belangrijk dat ze ook aandacht schenken aan een alleenstaande, dat ze die niet vergeten. Dat brengt als het ware meer kleur in het leven. Dat iemand nog aan je denkt.

 

--

Een avond in goed gezelschap

 

Mari: Meer dan door wat ook wordt de mens gevormd door het gezelschap waarin hij verkeert. Wie met vervelende mensen omgaat wordt zelf vervelend. Daarom breng ik mijn tijd het liefst met mezelf door. Geen nodeloze ruzies, geen benauwende geschillen, geen gekissebis over pietluttigheden. Ik heb het echt geweldig met mezelf.

 

Gisteren bijvoorbeeld toen ik vermoeid van mijn werk thuiskwam, stond er een bericht op mijn antwoordapparaat, waarin ik mezelf uitnodigde om met mij naar de film te gaan. Ik verheugde me er enorm op. Ik trok mijn blauwe kashmirjurk aan met de gespikkelde zijden shawl en toen ik in de spiegel keek zag ik er helemaal uit als iemand om gezellig een avondje mee uit te gaan.

 

Eerst nam ik mezelf mee naar de film en trakteerde ik op popcorn en dropjes. De film riep jammer genoeg erg tegenstrijdige gevoelens op – ik kon niet besluiten of het om een meesterwerk ging of om een pseudo-intellectuele flutfilm -, maar ik liet dit vervelende conflict mijn zo goed begonnen avond niet bederven. Ik nam mezelf voor een goed glas wijn mee naar een stijlvolle bar van een restaurant.

 

Ik maakte een paar grapjes, en de stemming steeg toen ik beloofde mezelf te trakteren op een diner in een gourmet restaurant. Ik vermoedde dat het wel wat zou gaan kosten, maar je leeft maar één keer en ik was hier tenslotte de gastvrouw.

 

Eerst besloot ik me te beperken tot vis en groente, maar toen liet ik me gaan en bestelde ik nog coeur de filet en een fles champagne. Dit verhoogde de stemming zeer en ik voelde dat ik nu onvermijdelijk enkele woorden moest spreken.

 

Ik hief het glas en wees erop dat lekker eten en een goed glas wijn in goed gezelschap uiteindelijk één van de belangrijkste dingen in het leven zijn. En tot slot van mijn toespraak citeerde ik zoals gewoonlijk een verhaal van E.A. Poe over een aardige, arme duif. De stemming zat er zo goed in, dat gasten aan andere tafels met jaloerse blik naar ons keken.

 

De tijd vliegt in vrolijk gezelschap en pas tegen sluitingstijd bood ik aan mezelf naar huis te brengen.

 

Bij de voordeur raakte ik door de warme nacht en de volle maan in een romantische stemming en nodigde ik me uit voor een slaapmutsje. Ik zette sfeermuziek op, dimde het licht en schonk mezelf zo’n goede droge martini in als me nog nooit was voorgezet.

 

Om een uur of drie betrapte ik mezelf erop dat ik een blik in de slaapkamer wierp. Voordat ik wist wat er gebeurde lag ik al in bed en drong het vagelijk tot me door dat er nu geen weg meer terug was. Eerlijk gezegd was dit vanaf het begin van de avond mijn bedoeling geweest.

Gelukkig kan ik er zeker van zijn dat de praatjes binnenskamers blijven.

 

--

Te oud  

Meri: Op zijn zesde bouwde Ludwig Wittgenstein een stoommachine. Mozart was op die leeftijd volop aan het componeren. Anderzijds, al huilde Julius Caesar altijd van ergernis als hij bedacht hoeveel jonger Alexander de Grote was toen hij zijn heldendaden verrichtte, het maakte niemand anders wat uit. Ze waren allebei keizer. Bovendien zijn er schrijvers die op hun vijftigste debuteerden. Daar zit het niet altijd op vast.

 

Simone de Beauvoir verkondigde op haar dertigste dat een vrouw moet "afzien van bepaalde liefde” als ze de veertig is gepasseerd. Veertigers zouden geen bikini’s meer moeten dragen, zich niet moeten blonderen en niet met mannen moeten flirten. Toen ze vierenveertig was begon ze een hartstochtelijke liefdesrelatie met een vijfentwintigjarige man die zeven jaar duurde. Moest haar woorden herroepen. Zo kan het ook gaan. Bovendien gaat het hier om iets heel anders.

 

Ik hoef alleen maar in de bus te stappen. Te gaan zitten. Bagage in het rek te zetten. Nee, eerst de bagage in het rek zetten en dan gaan zitten! Dan kijken wie er zijn. Of er bekenden zijn. Wat maakt het uit. Een mens mag doen wat hij wil.

 

Toen ik tien jaar was en met de groten naar het pretpark ging, durfde ik niet naar de speeltoestellen te gaan, omdat ik al zo oud was. Ik kan me er nog steeds over opwinden. Was ik maar gegaan. En later ben ik niet naar de komeet gaan kijken, omdat ik dacht dat ik die nog wel eens zou zien. De volgende komt misschien over honderd jaar.

 

Vervelend dat je het aan niemand kunt vragen. Het zou aardig duur en lastig worden, maar als ik nu niet ga, zou me dat dan ook dwars zitten? Wie kan zeggen of ik er te oud voor ben? Als ik nu toch die pratende gorilla zou kunnen zien. Ik heb er mijn hele leven over gefantaseerd dat zoiets mogelijk zou zijn. Dat een dier zou kunnen praten. Kan een mens te oud zijn om naar een pratende gorilla te gaan kijken? Was er maar iemand aan wie ik het kon vragen.