Hoofdmenu
Fatsoenlijk falen volgens Richmond Fontaine (Willy Vlautin)
Toen we nog deden alsof de snelweg een rivier was toert in maart en april weer door Nederland en Vlaanderen en is een muzikaal verhaal over een moedig meisje in een slechte situatie van theaterschrijfster Anna van der Kruis. Gebaseerd op de roman Northline van americanazanger en schrijver Willy Vlautin. Zijn boeken vult Vlautin met weemoedige woestijnverhalen over de ‘werkende armen’ in het Diepe Zuiden van Amerika. Lees hier een interview met Willy.
Een jongen drinkt zichzelf in zijn auto knock-out, terwijl zijn zwangere en creditcardverslaafde vriendin thuis zit te janken. Twee personages die uit de pen van maar één verhalenverteller kunnen komen: Willy Vlautin. Met zijn band Richmond Fontaine levert hij weer een plaat vol weemoedige woestijnliederen en schrale troost af. Een derde novelle van zijn hand is op komst. "Mijn mensen zijn niet trashy, ze hebben gewoon een moeilijke tijd."
Tekst: Dirk Verhoeven
Beeld: Peter Hageman
"Ik schrijf al vanaf mijn veertiende liedjes en vanaf mijn twintigste verhalen. Ik schrijf escapistisch en fantasievol, maar veel van mijn verhalen zijn donker en gebaseerd op echte gebeurtenissen. In het leven kun je niks controleren. Je kunt wat je doet bepalen, maar op de reacties op je daden heb je geen invloed. Binnen een verhaal kun je alles bepalen en bestuderen waarom je bent zoals je bent. Als ik bang ben, schrijf ik erover, zodat ik die angst beter ga snappen. Het hart van mijn verhalen slaat altijd terug op een probleem waar ik mee heb moeten omgaan."
"Zo gaat de titeltrack en opener van de nieuwe plaat We Used To Think the Freeway Sounded Like a River over mijn vrouw en mij. We woonden in een slechte buurt, ze noemen die de felony flats, vlak naast een snelweg. Je doet er niks aan, maar je hoort die snelweg de hele dag en nacht. We besloten onszelf wijs te maken dat het geluid van de auto's eigenlijk het geluid van een rivier was. Je kunt jezelf ervan overtuigen zolang je het niet ziet. Dat maakt het aangenamer. Op een avond werden we beroofd, maar erger dan dat was dat die boeven van de snelweg weer een snelweg maakten. Dan besef je je dat je te blut bent om te vertrekken. Je leeft immers alleen naast een snelweg als je aan de grond zit. Alles wat een snelweg betekent - mensendrukte, uitlaatgassen en armoede - komt dan naar voren, terwijl we vóór de inbraak niet zo negatief dachten."
Zwanger in een slechte buurt
"Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot arbeidersverhalen. Ik wil verhalen horen waar ik me mee verbonden voel. Ik voelde me als jongere geïntimideerd door rijkelui, want mijn moeder werkte zo hard voor zo weinig. Ik was echt anti, ik las nooit verhalen over high-class-problemen in New York. Mijn voornaamste doel is dat de problemen die ik aansnijd ook in Nederland ergens op slaan. Iedereen kan naast een snelweg wonen in een slechte buurt. Veel mensen hebben drankproblemen. Er is altijd een jongen die zijn vriendin bezwangerd heeft en nu vastzit. Je mag andere kleren aanhebben en een betere auto hebben, maar de problemen blijven menselijk."
"Maar natuurlijk geldt dat als je een moeder en vader hebt die zeggen dat je uit bed moet komen en iemand moet zijn, je het beter doet in het leven. Wat mij boeit is dat iedereen op de proef gesteld wordt. Zelfs rijkelui. Je antwoord daarop maakt je tot wie je bent. Het is zwaarder voor arme mensen die beroerd opgevoed zijn. Maar uiteindelijk komt het op de persoon zelf neer om te besluiten die avond niet nog een extra drankje te pakken, als er de volgende dag gewerkt moet worden. Of als je blut bent om dan niet drugs te gaan dealen net als je maten. Je wordt in je leven een paar keer getest of je een goed persoon bent en het juiste doet. In mijn eerste boek The Motel Life proberen de broers Frank en Jerry Lee het goed te doen en falen keer op keer, maar ze proberen het in elk geval."
De werkende armen
"Na mijn tweede boek Northline kwamen er meer vrouwen dan ooit op me af om te zeggen hoezeer ze de hoofdpersoon Allison Johnson waardeerden. Mannen vonden haar een loser. Ik vond haar een zwak persoon in een slechte situatie, die probeerde zo goed en kwaad als ze kon een fatsoenlijk mens te zijn. Sommige mensen in Amerika noemen mijn karakters white trash en dat maakt me woedend. Muziekcritici gooiden Richmond Fontaine in het begin nogal snel op de white trash-countryhoop. Over mijn boeken zijn ze aardiger. In recensies wordt gezegd dat deze over de verloren generatie gaan. 'De werkende armen', die een fulltimebaan hebben en nog steeds niet rond kunnen komen en een zorgverzekering kunnen betalen. Mijn mensen zijn niet trashy, ze hebben gewoon een moeilijke tijd. Mijn karakters hebben problemen die binnen een algemene menselijke context vallen. Behalve dan dat ze gepolariseerd zijn en onder economische omstandigheden leven die nogal verschillen van veel andere mensen."
"Ik heb ook nooit het zelfvertrouwen gehad om over een succesvolle balletjuffrouw in LA te schrijven. Ik geloofde niet dat ik zoiets kon schrijven en er mee weg kon komen. Ik wilde altijd al schrijven en muziek maken omdat het me troost bracht. Platen hebben mijn leven gered. De enige manier voor mij om deel van de muziekwereld te zijn, is door eerlijk te zijn en de verhalen die ik ken te vertellen. Ik heb het intellect en de gave niet om iets anders te doen. Als ik dan belabberd zou zijn, dan was ik tenminste eerlijk. Dat is beter dan liegen en belabberd zijn."
Bron: online muziekmagazine KindaMuzik, www.kindamuzik.net
