Hoofdmenu
Fotomodellen eten
Tekst: Anna van der Kruis
Het begint allemaal in de kerk, ergens in de jaren '60. Mijn vader zit daar tussen zijn broer en zijn zusjes. Het is er koud en het stinkt. Dan komt mijn moeder binnenlopen. Ze draagt een bontjasje, hakjes die op de stenen vloer tikken en een veel te kort rokje. 'Oetlokstersbien'. Zo noemen de mensen in het dorp haar benen.
Als ze gaan trouwen en samenwonen zegt mijn vader: "Je hoeft niet voor mij te koken, want warm eten, dat lust ik niet." De pannen in de boerderij waarin hij opgroeit staan de hele dag op het vuur. Mijn moeder weet echter wel beter. Ze heeft niet gestudeerd. Maar verstand van koken heeft ze wel.
Mijn vader is kunstenaar en fotograaf. In eerste instantie fotografeert hij bevriende muzikanten in de Nederlandse Kempen. Gerard van Maasakkers, 'Ut Muziek', de drie koningen. En de collectie van musea en werkplaatsen. Vooral in Den Bosch. Werk van de oude Etrusken, sieraden, keramiek.
De meeste gezinnen eten in die periode elleboogjes macaroni met jonge kaas en smac. Mijn moeder maakt tagliatelle met olijfolie, knoflook en champignons. Mij komen die ingrediënten op den duur mijn neus uit. Aten we maar eens iets minder fijnzinnigs. Oud Hollandse stamppot of zo. Zit ik eenmaal op de middelbare school, is mijn vader geen kunstenaar meer maar culinair fotograaf. Mijn moeder is geen autoriteit meer in de keuken.
Als ik mijn huiswerk maak, bakt food stylist Anton van Doremalen de mooiste gerechten af in onze oven. Of hij stalt ze uit op onze keukentafel. Anton noemt zichzelf nu food-dj lees ik op internet en kookt op hippe feesten in Berlijn. Bijvoorbeeld pasta en couscous. In espresso percolators (van die grote, waar je zes koppen uit kunt halen). Door op die manier te koken entertaint hij de eters. In die tijd entertaint hij mij.
Als de mannen tegen de avond klaar zijn, mijn vader uit de fotostudio komt en Anton naar huis gaat, eten wij fotomodel. In de jaren daarna komen er steeds vaker sterrenkoks over de vloer. Een specialist neemt een zeldzame witte truffel mee uit Italië. En als mijn vader en mijn lief in 2006 per ongeluk een half Charolais-rund kopen bij een slager in Frankrijk, gaat wat na het koken over is in de auto mee naar huis. Om te fotograferen.
Er wordt in onze studio gekookt zonder zout, want zout maakt mat. En ijsblokjes smelten onder de hete lampen, dus die zijn van plastic. Maar verder is alles echt. Borden komen uit de kringloopwinkel of uit onze keukenkast. Bestek komt uit heel Nederland. Nieuw bestek met één beschadiging kun je niet fotograferen. Intensief gebruikt bestek is precies goed gepolijst. Als mijn vader in een restaurant een exemplaar tegenkomt dat hem bevalt, verdwijnt het na de maaltijd in zijn binnenzak.
In 2010 overlijdt mijn vader. Het laatste wat hij eet is foie gras. De dame van de thuiszorg, die zijn bewustzijn gaat verlagen zodat hij rustig kan sterven, hoeft niet te proeven. Ze heeft het nog nooit gehad en is niet nieuwsgierig.
Nu eet mijn moeder in haar eentje (geen fotomodellen meer).
Foto: Anita Tuinhout.
Dit artikel verscheen eerder in Huisvlijt#19 - Kijken naar beeld in combinatie met Recept voor een rauw gemarineerde foto van Dirk Verhoeven.
