Hoofdmenu
Jockeys kerstfeest
een kerstverhaal van Willy Vlautin
bewerking door Anna van der Kruis
Onderweg naar het vliegveld was ik dronken. Ik was al een paar dagen dronken. Ik was op weg naar mijn familie omdat het kerst was en ik vergat mijn tas achter in de auto van een vriend. Hij was ook dronken en zijn auto lag vol rotzooi en hij had geblowd. Waarschijnlijk kwam hij er pas achter dat mijn tas nog in zijn auto lag toen hij al lang terug was in de stad.
Het was twee dagen voor kerst en ik had geen kleren. Het enige dat ik nog bij me had was een westernverhaal van Zane Gray en zeshonderd dollar om kado's van te kopen.
Het was tien uur 's ochtends toen het vliegtuig aankwam en ik een taxi nam naar het Cal Neva Casino. Mijn vader werkte aan de rand van de stad. Ik had met hem afgesproken in een Chinees restaurant om één uur. Ik nam plaats aan de roulettetafel en ik dronk tequila jus d'orange en verloor vijfhonderdvijftig dollar voor het kwart voor één was.
Je kan je wel voorstellen dat ik ongelofelijk baalde. Ik kon nauwelijks naar mezelf kijken in de grote ramen van de casino's terwijl ik er voorbij liep. En toen ik tegenover mijn vader zat werd mijn toestand nog beroerder. Ik kreeg nauwelijks iets over mijn lippen. Dus dronk ik mijn bier, probeerde te eten en betaalde voor mijn vaders lunch.
"Aardig dat je het aanbiedt, JD", zei mijn vader, "maar je ziet eruit alsof je geen cent te makken hebt voor jezelf, dus ik begrijp niet waarom je voor mijn lunch wilt betalen."
"Het is het minste wat ik kan doen."
"Woon je nog in Houston?"
"Zoals ik al over de telefoon zei, ik ben naar Phoenix verhuisd. Ik heb bij Turf Paradise gewerkt het afgelopen jaar. Maar nu lukt het me niet meer om op gewicht te blijven, dus ik rijd geen wedstrijden meer."
"En hoe gaat het met de drank?"
"Hetzelfde. En bij jou?"
"Marjorie heeft gedreigd dat ze bij me weg zou gaan, dus ik ga naar AA bijeenkomsten." Hij glimlachte. "Hoe lang blijf je, kom je nog bij ons langs?"
"Natuurlijk", zei ik, maar ik wist dat het niet waar was.
"Dat zou ik geweldig vinden. Ik vind het heel vervelend dat ik jullie nooit heb leren kennen."
"We hebben vijftien jaar bij je in de straat gewoond."
"Daar heb je gelijk in", zei hij en we zaten daar een tijd lang te zwijgen en toen stond hij op en was de lunch voorbij en ging hij terug naar zijn werk. Ik dronk nog een glas bier in de stad en nam daarna een taxi naar mijn moeders huis. Tegen de tijd dat ik de taxi betaalde had ik nog ongeveer vijf dollar. Het was iets na twee uur in de middag.
Er was niemand thuis dus ging ik op de bank liggen, ik zette de tv aan en ik dronk bier. Er overviel me een overweldigend gevoel van mislukking.
Ik stond op, liep naar mijn moeders klerenkast en vond daar haar verstopte rol vakantiegeld. Het zat in diezelfde gewatteerde jas als vroeger. Ik nam er driehonderd dollar van en liep naar de keuken, waar ik een fles tequila vond die ik op een haar na leegdronk en belde een taxi die me naar het Cal Neva Casino bracht waar ik mijn moeders geld verloor in een tijdsbestek van twee uur.
Ik moest haar bellen uit een telefooncel.
"Mamma," zei ik, "ik ben in de buurt. Ik ben in de stad en ik vroeg me af of je me op kan halen na je werk?"
We maakten een afspraak en ik hing op.
Mijn moeder had sucadelappen in de elektrische slow cooker gelegd voordat ze ging werken en toen ze zich omgekleed had kwam ze naar beneden en deed ze er wortels en aardappelen bij en dekte ze de tafel.
"Hoe gaat het met ome Bobby?", vroeg ze.
"Onze drie jongste paarden waren kreupel, dus we moesten de hele bende verkopen en Bob slaapt in de trailer. Na de feestdagen gaan we naar Oregon waar misschien nog werk is bij mensen die hij kent."
"Ik had je nooit aan hem mogen toevertrouwen."
"Hij is de slechtste niet."
"Haal je je gewicht nog steeds?"
"Niet echt."
"In elk geval hoef je dan niet meer in die zweetdoos. Dat kan nooit goed voor je zijn."
"Ach, dat valt wel mee."
"En gaan jullie nu stoppen?" Ze vroeg het op een hoopvolle toon.
"Ik weet het niet. Ik kan ome Bob niet zomaar in de steek laten. Hij is niet meer wat hij geweest is. Hij is een beetje wazig, als je begrijpt wat ik bedoel."
"Drinkt hij nog?"
"Af en toe."
"En jij ook zo te zien."
"Bob en ik redden ons wel. We komen altijd weer op onze pootjes terecht."
"In elk geval kun je nu weer fatsoenlijk eten."
Ik keek naar het eten maar ik raakte het niet aan.
"Je was altijd dol op mijn stoofpotten."
"Ik ben er nog steeds dol op. Morgen zal ik er zeker van eten."
"Ik geloof je meteen", zei ze en ze schudde haar hoofd. Daarna zei ze niets meer, maar je kon aan haar merken dat ze van slag was.
De volgende ochtend na tienen kwam mijn zus Carrie thuis met haar tweede man Todd en haar drie kinderen. De kinderen renden door de kamer en ik lag op de bank met een deken over me heen en de tv aan en mijn zus kwam aanlopen met een kop koffie.
"Mijn God JD, wat zie je er verschrikkelijk uit", zei ze en ze glimlachte. Ze pakte me vast en ik ging rechtop zitten. "Maar je gezicht ziet er wel een heel stuk beter uit, je bent niet meer zo ver weg en je ziet er niet meer uit alsof je jezelf uithongert."
"Ik vind het ook leuk om jou te zien", zei ik en nam de koffie aan.
Toen ik in de keuken kwam stond Todd met één van de kinderen te praten.
"Jezus, JD," zei hij toen hij me zag, "hoe gaat het met je?"
"Oké", zei ik.
Mijn zus kwam achter me staan en omhelsde me.
"Ik ben zo blij dat we vanavond allemaal samen zijn", zei ze.
"Nu je er toch over begint," zei Todd, "over een uur beginnen de races bij Santa Anita dus ik hoopte dat ik je broer even zou mogen lenen, zodat we bij kunnen kletsen, hij en ik."
"Dat meen je niet", zei mijn zuster.
"Die tip die je me gegeven hebt in Turf Paradise, Jezus, ik heb toen drieduizend dollar gewonnen", zei Todd.
"Soms heb je geluk", zei ik.
"En vandaag?"
"Vandaag?"
"Nog tips?"
"Man, ik heb niks meer, laat staan tips."
We parkeerden de auto.
"Todd," zei ik terwijl hij uitstapte, "ik kan niet met je mee."
"Waarom niet?"
"Ik ben aan het verliezen en ik heb minder dan niks. Maar ga jij maar. Als je
de sleutels hier laat, kan ik naar de radio luisteren."
"Ik haat het om te gokken in mijn eentje JD, plus, het is Kerst. Ik betaal wel voor ons allebei vandaag." Hij lachte en ik, idioot die ik ben, ik volgde hem. We zaten achterin, kauwden pruimtabak en dronken bier en ik verloor de driehonderd die hij me gegegeven had.
We waren een uur te laat voor het eten.
We zaten daar met zijn allen en het was behoorlijk ongemakkelijk.
Toen ging de telefoon. Mijn zus Francine sprong op van haar stoel en nam hem aan in de keuken. Toen ze terug kwam zei ze dat het voor mij was.
Ik liep naar de keuken en nam op.
"Hallo."
"JD, met Bobby, kun je me tweehonderd lenen?"
Het was mijn oom Bobby en hij was dronken.
"Je spreekt met de verkeerde, Bobby."
"Heb je al dat geld al uitgegeven aan kado's?"
"Ik heb het verloren in het Cal Neva, een uur nadat ik geland was."
Hij begon te lachen. Hij lachte zo hard dat ik dacht dat hij ter plekke een hartaanval kreeg.
"Oké", zei hij uiteindelijk. "Vrolijk Kerstfeest." En toen hing hij op en was de lijn dood.
Die avond, toen iedereen sliep, lag ik op de bank en dronk bier en keek een oude film met Michael Caine. Hij was in de Bermuda Driehoek met zijn kind en ze werden gekidnapped door inheemse piraten die op een eiland leefden en ze hersenspoelden het kind. Het was een gestoorde film, hoe je hem ook bekeek. Ik viel in slaap terwijl ik er naar keek en het volgende moment zaten mijn twee zusters naast me met hun armen om me heen terwijl ik huilde.
"Het is goed, lieve", zei Francine zachtjes. Ik deed mijn ogen open en ze keken allebei bezorgd.
"Wat is er aan de hand?", vroeg ik zwakjes.
"Je had een nachtmerrie", zei Carrie en ze streek door mijn haar.
"Oh, JD, we maken ons zo'n zorgen over je."
"Het gaat wel", zei ik. "Het was maar een droom."
"We willen met je praten", zeiden ze. "Kunnen we even met je praten?"
"Heb je misschien een eetprobleem?", vroeg Carrie.
"Toen ik op de universiteit zat gaf ik alles over wat ik at", biechtte Francine op. "Het was vreselijk. En ken je Mary Rawlins nog? Zij verloor al haar haar en ze moesten haar tanden trekken."
"Zo ver is het niet met jou, toch? Vertel ons alsjeblieft dat je dat niet doet."
"Normaal eet ik als een paard", zei ik en ik probeerde te glimlachen.
Francine schonk me koffie in.
"Je kleren vallen bijna uit elkaar", zei ze.
"Hier lieverd", zei Carrie en legde duizend dollar voor me neer. "Vijfhonderd van mij en vijfhonderd van Francy."
"Dat kan ik niet aannemen."
"Je gaat het aannemen. We vertellen het niemand. Ook niet aan Todd. En zeker niet aan mamma."
"Pak het alsjeblieft aan. Je hebt een frisse start nodig, misschien helpt dit geld daar een beetje mee."
"Weet je het zeker?", vroeg ik.
"We weten het zeker. Als je het maar niet gebruikt om te gokken. Dat is het enige dat we van je vragen", zei Francine.
Dus ik nam het aan. Ik stopte negenhonderd in mijn portemonnee en de laatste honderd in mijn jas, voor noodgevallen.
Een uur later zetten ze me af in het winkelcentrum. Toen ik uitstapte voelde ik me meteen een stuk beter. Ik stak de straat over en liep een bar binnen. Ik bestelde een glas bier en de oude barman zette het voor me neer. Ik gaf hem een briefje van honderd.
"Goddomme jongen, ik ben net open," zei hij, "dat kan ik niet klein maken."
"Maar ik heb alleen maar honderdjes", zei ik.
Ik zat daar en ik dronk mijn glas leeg. En daarna nog drie andere. En de hele tijd zat er een groep Mexicanen naar me te kijken, waaronder één hele grote die eruit zag als een Viking en zijn voortanden miste. Ik denk dat het dakdekkers waren, tenminste dat was het enige waarover ik ze hoorde praten.
Toen ik de bar verliet kwamen ze achter me aan op de parkeerplaats. Ze zeiden iets en toen ik me omdraaide sloeg de grote tandeloze Viking me op mijn gezicht. Hij had maar één slag nodig om me tegen de vlakte te krijgen. Ze pakten mijn portemonnee en stapten in een vrachtauto en vertrokken. Ik lag daar een hele poos tot de oude man uit de bar naar buiten kwam en me zag.
"Die klootzakken zijn weggegaan zonder te betalen", zei hij en toen keek hij naar me en zag mijn gezicht. Ik geloof dat het niet makkelijk was er naar te kijken.
Ik waste me in het toilet en liep daarna terug het café in. De oude man had een glas bier voor me op de bar gezet en een shot whiskey.
"Ik kan je niet zeggen hoe erg ik ervan baal dat dit in mijn tent gebeurd is," zei hij, "de drankjes zijn van het huis. Maar wat deed je in godsnaam met zoveel cash op zak?"
"Ik was onderweg naar het winkelcentrum. Om kerstkado's te kopen."
"Het geluk ligt niet op straat hè", zei hij en schudde zijn hoofd.
"Ik geloof het ook niet", zei ik en nam een slok.
Het was bijna drie uur toen ik het café verliet. Ik was dronken en depressief en ik liep richting het Peppermill Casino met mijn laatste honderd dollar dicht tegen mijn lichaam in mijn vuisten geklemd.
Daar bracht ik de drie uur die volgden door aan de black jack tafel. Tegen het einde kwam de serveerster elke ronde langs en verdween mijn geld onmerkbaar.
Toen ik eindelijk stopte, had ik nog twintig dollar en een vol flesje Heineken. Ik besloot te liften naar Phoenix. Ik zou niet terug gaan naar het huis. Dronken, met een gebroken neus en zonder kado's. Toen mijn bier op was zwierf ik rond bij de fruitautomaten en dronk alle resten drank op die ik kon vinden. Er waren twee halfvolle glazen Millers en een verwaterde Jack Daniels en cola. En vlak bij de Triple Diamond machines vond ik een koud flesje Budweiser dat nog bijna helemaal vol was.
Terwijl ik daar zat en het donker werd, vroeg ik me af waar ik die laatste twintig dollar nog voor nodig had. Als ik toch ten onder ging, in de kou, met een gebroken neus, waarom dan niet totaal blut. Ik stopte de twintig dollar in de machine. Ik had al twaalf dollar verspeeld toen ik drie diamanten kreeg. Drie diamanten op een rij. Vierduizend dollar.
De zoemer ging af en ik zat daar en ik begon te huilen, ik huilde zo hard dat mijn neus weer begon te lopen en het bloed op mijn jas liep.
Ik nam een taxi naar de andere kant van de straat. Ik ging het winkelcentrum binnen en kocht voor alle kinderen een kadootje. Voor mijn zussen kocht ik waardebonnen, voor mijn moeder een polshorloge en daarna nam ik een taxi naar de Turf Club en kocht ik een jaarabonnement op het Daily Racing Form voor Todd.
Toen de taxi me thuis afzette was het vijf voor zes.
"Oh mijn God", riep mijn moeder. "Ik zei toch dat hij niet zomaar zou verdwijnen." Ik kwam binnen met mijn armen vol kadootjes. De kinderen renden op me af en ik zag dat mijn zussen opgelucht ademhaalden.
Ik ging zitten op de plek die ze voor me hadden vrijgehouden.
"Oh mijn God", zei mijn moeder. "Wat is er met je gezicht gebeurd?"
"Ik was in het winkelcentrum en ben over de fontein gevallen met mijn gezicht op een bank."
"Je bent waarschijnlijk flauwgevallen door ondervoeding", zei Carrie bezorgd.
"Je hebt misschien wel een veel te lage bloeddruk", zei Francine.
"Jullie hebben gelijk", zei ik. "Ik was zo druk bezig met de kado's dat ik vergat om iets te eten." En daarmee was het onderwerp afgedaan.
Na het diner stond ik in de keuken en gaf mijn zussen hun vijfhonderd terug. Todd vond ik in de achtertuin met een joint. Ik gaf hem zevenhonderd, om zijn en mijn eigen verlies goed te maken.
"Hoe kom je daaraan?", vroeg hij.
"De fruitautomaat", zei ik en lachte.
"Jij bent een verdomde geluksvogel."
"Ja, ik denk het", zei ik.
Later die avond stopte ik duizend dollar in de oude jas van mijn moeder. Daarna ging ik op de bank liggen en keek een oude film met Carole Lombard. Wat mij betreft de mooiste vrouw die er is. Ik had net een biertje opengemaakt toen de telefoon ging.
"Hey JD, met Bobby," zei mijn oom toen hij mijn stem hoorde. "Luister jongen, ik heb een baantje voor ons voor het komend seizoen."
"Echt waar?", vroeg ik.
"Echt waar."
"Oom Bob," zei ik, "dit is de beste Kerst ooit", en ik begon te lachen. "Gelukkig Kerstfeest."
"En voor jou ook jongen", zei mijn oom. "Voor jou ook."
Dit artikel is eerder verschenen in Huisvlijt #17 - De Gift.
