Theatertekst Zo

Een echtanna uitgave, 2008

Zo is een theatertekst van Anna van der Kruis. Leen Braspenning (o.a. Discopigs) werkt met acteurs Valentijn van Hall, Frank Derijcke en Hans Maas en presenteerde Zo in Het Atelier van Productiehuis Brabant.

De personages Karel en Peter zijn midden dertig, ze zijn bevriend. Waar ze zich ook bevinden en waar ze ook mee bezig zijn, ze houden elkaar op de hoogte. Kees is een gezamenlijke kennis, Kees kan goed luisteren. Ik heb niet veel vrienden, maar als je er één bent, is de kans groot dat je meteen mijn beste vriend bent. De tekst handelt over de gegronde twijfel tussen veel en lang afstand van elkaar willen nemen of elkaar regelmatig opzoeken en tot in de meest schaamtevolle details hetzelfde willen zijn. Door gesprekken tussen Karel en Peter, telefonische gesprekken en één brief, leren we de twee vrienden kennen. Kees’ vocabulair is beperkt tot instemmend mompelen (‘Hm’) met een enkele uitzondering (‘Zo’), maar Karel en Peter praten veel. Een veelvuldig fysiek afwezig zijn van beiden echter ondermijnt op effectieve wijze hun zeggingskracht. We hebben ernaar verwezen in brieven, we hebben erover gesproken aan de telefoon, maar hoe jij je er echt onder voelt, dat zou ik niet weten.

Zo is geschreven met steun van Libra, het Literair Informatiepunt Brabant. Een eerste presentatie van de tekst heeft plaatsgevonden tijdens Festival CEMENT 2007 in het Proeflokaal tekst. Zo is ook verschenen in gedrukte vorm. Klik hier om de tekstuitgave te bestellen.

Fragment uit Zo.
1. Peter en Kees

Eerste scène
Peter en Kees. Peter leest in ‘Oude mensen achterlaten in Tokyo’, een graphic novel (boek met plaatjes). In dit stuk komen verder voor: een telefoon, koffie, friet en frikadellen, koffiemokken, de krant, een radio, een afwasteil met sop, enkele dozen met kartonnetjes en haar- clips (thuiswerk), een EHBO-doos (onder een bed?), twee romans (‘Wat God wil’ en ‘100 jaar eenzaamheid’), een brief, een briefje en een Mariabeeld dat met het gezicht naar de muur staat.

Peter
(leest voor) Paling.
(licht toe) Hij draagt rubberlaarzen en staat in een riool.
Kees
Wie?
Peter
(vertelt verder)
Hij laat een paling uit een emmer glijden. Op de achtergrond stromend water...
Kees
(concludeert) O, die Japanner.
Peter
...ongedefinieerde zooi, op de voorgrond twee flessen, er drijft er één op zijn kop. Dat doet een beetje denken aan flessenpost, of een feest met veel wijn. Niet aan een riool. Dat is het wel, maar lijkt het niet. Het is niet depressief.
Kees
Wacht even.

Op het aanrecht staan enkele afgewassen koffiemokken. Kees pakt een mok en schenkt zichzelf koffie in. Hij negeert het feit dat de mok niet is afgedroogd, neemt een slok koffie en sop.

€10